vrijdag 29 februari 2008

Artikel klaar!

Ik heb m'n artikel voor 't VMT afgewerkt! 't Is wel wat langer uitgevallen dan de bedoeling is, dus ik zal waarschijnlijk nog duchtig mogen snoeien...

donderdag 28 februari 2008

De ambassade trakteert...

Wie dacht dat de CVP-staat ontmanteld was, heeft het mis! De Belgische ambassade heeft immers de christelijke missie om de dorstigen te laven op zich genomen en trakteert vanavond de onderdanen van Koning Albert (tsk tsk, tweehonderdvijftig jaar liberalisme en we zijn nog steeds geen citoyens) op gratis bier en wijn. Hoe deze briljante aanwending van belastingfondsen de banden tussen de Belgische expats en de Egyptische gemeenschap (grotendeels bestaande uit alcoholonthouders) zal versterken weet niemand. Misschien wil de Belgische staat de lokale bierconsumptie stimuleren en zo het terrein effenen voor Duvels invasie van de povere Egyptische biermarkt?

woensdag 27 februari 2008

"Socialisme zal alles zijn of het zal niet zijn"

Socialisme is meer dan alleen politiek; het is het streven naar de volledige emancipatie van de mens. Culturele activiteiten (zang, theater, poëzie, literatuur, film, visuele kunsten...) georganiseerd voor en door de leden vormen historisch gezien een fundamentele pijler van elke socialistische beweging. De fel bejubelde ontzuiling in België maakte (misschien) wel een einde aan het hokjesdenken, maar het beroofde de socialistische beweging ook van haar culturele eigenheid. Zonder dit culturele hart sloeg het politieke brein van de beweging nog verder op hol, parasiterend op blitse reclametechnieken en een berekende managerlogica. Vervreemd van haar basis, vervreemd van haar eigen geschiedenis en identiteit, werd de socialistische partij niet meer dan een rood geverfde kiesmachine, die geen ideologie maar postjes produceerde.

In Egypte is dit culturele aspect van de beweging wél nog aanwezig. De gewone partijleden zijn geen carrièristen, zinnend op een politiek mandaat, maar gedreven mannen en vrouwen die hun corrupte, repressieve en verstikkende samenleving willen veranderen. Toen ik gisterenavond op al-hizb aankwam, waren een aantal partijleden bezig een toneelstuk in te oefenen. Dat een politieke partij haar leden de ruimte geeft en hen aanspoort om zelf hun culturele capaciteiten te ontwikkelen vind ik fantastisch. Kunst en cultuur hoeven noch een elitair product, noch massaconsumptieartikelen te zijn, maar spontane expressies van elke mens.

video

's Avonds was ik dan uitgenodigd voor het concert van al-hizb in het Russisch Instituut te Dokki, dat voorafgegaan werd door een ode aan de Spaanse dichter Pablo Neruda. Het was een cultureel eclectisch moment: een gedicht van een Spaanse dichter, voorgelezen in het Russisch instituut, vertaald in het Arabisch...

video

Het optreden zelf was een mengeling tussen opzwepende volksheid en artistieke fijnzinnigheid. Helaas ben ik niet tot het einde gebleven, aangezien moeheid mij overviel en mij terug naar mijn bed te Zamalek dwong.

video

Toch is het in al-hizb niet enkel rode rozegeur en moedige maneschijn. Voor ik naar het optreden ging, had ik immers een gesprek met dr. Sharif Fayyad, een van de leidende figuren binnen al-hizb, een man van de wereld, getrouwd met een Griekse, gekleed in een vlekkeloos maatpak, het Engels en de retoriek perfect meester... Een heel aimabele kerel, maar helaas een doorwinterd rechts reformist, pleitend voor een alliantie tussen socialisten en liberalen, omdat de "gewone" Egyptenaren volgens hem nog niet klaar waren voor democratie, laat staan voor socialisme. Enfin, ik was het natuurlijk helemaal niet met hem eens, aangezien ik denk dat mensen niet tot goede politieke conclusies komen door een passieve en paternalistische "heropvoeding", maar door hun eigen, collectieve ervaring. De stakingsbeweging in Mahalla bijvoorbeeld, waar de vrouwen het initiatief namen en de mannen uit hun fabrieken haalden, vormt een veel grotere en concretere stap in het bewustzijn van de "gewone" Egyptenaar, dan tien jaar onderwijs over de waarden van de democratie en de problemen omtrent de traditionele genderverhoudingen. Maar genoeg uitweidingen. Ik denk dat de "gewone" militanten van de partij nog grote teleurstellingen in hun gladde partijbonzen te wachten staan...

dinsdag 26 februari 2008

Nieuwe week, nieuwe afspraken

Gisteren was opnieuw een drukke dag. De voormiddag ving nochtans rustig aan, met een uitgebreid ontbijt in Mezzaluna (koffie, fruitsap, twee eitjes, toast, brood en lekkere "foel" (Egyptische bonenpasta)) om de innerlijke mens te sterken en vervolgens een aanzet tot het schrijven van het artikel over Shariati dat ik aan het VMT beloofd heb. In de namiddag ging ik dan naar downtown Cairo en de HQ van de tagammu, waar Ahmed Belal en compagnie een aantal nieuwe afspraken voor mij verzorgden; even leek het zelfs of ik een persoonlijk secretariaat had... Ik ben al druk aan het nadenken over een goede manier om hen te bedanken voor alle inspanningen die ze tot nu toe al voor mij geleverd hebben.

Rond 18u verlieten we "al-hizb" (de partij) zoals ze het daar plegen te noemen en trokken we naar een cafeetje in de buurt. Daar vervoegden ons algauw Ahmed Mustafa, die zich uitgebreid verontschuldigde voor zijn afwezigheid de vorige keer -moeder plots naar het ziekenhuis, etc, enfin, waar of niet waar, de jongen leek er oprecht mee in te zitten en ik ben niet echt haatdragend...-, Amira en Umniyya, die beiden voor al-ahali werken (de krant van al-hizb) en Umar, een jong lid van de Libanese Communistische Partij, die een week in Caïro op bezoek is om de banden met al-hizb te versterken. Aangezien het Umars eerste dag in Caïro was, ging ons gezelschap weldra op pad doorheen Caïro, van de moderne downtownwijken naar Fatimidisch Caïro en Khan al-Khalili, waar de stroom Japanse toeristen inmiddels opgedroogd was. Heel gezelllig allemaal, maar opnieuw werd ik geconfronteerd met de noodzaak om snel Egyptisch Arabisch te leren...

Vandaag heb ik om 16u een afspraak met dr. Farag Abdelfateh, een economist van het departement African Studies & Researches van de Caïro University en kaderlid van al-hizb. Inderdaad, ik moet opnieuw naar die verschrikkelijk onoverzichtelijke Cairo University en ik beken dat ik er weinig zin in heb, niet in het minst omdat het een uurtje of twee/drie zal duren eer ik effectief bij Farag zijn bureau aankom. Tussendoor mag ik ook niet vergeten te bellen naar dr. Dia Rashwan, een specialist van het islamisme, werkzaam in het al-ahram Centre for Political and Strategical Studies, om ergens deze week af te spreken. Ahmed heeft me ook het telefoonnummer gegeven van Aida Sayf ad-Dawla, iemand van het Nadima Centre for Human Rights, maar ik houd haar in reserve, aangezien mensenrechtenorganisaties niet meteen mijn prioriteit vormen en het gesprek met die andere mensenrechtenactivist, Bahey, niet zo interessant was.
Indien ik deze (voor)middag nog wat tijd heb, zal ik een kijkje nemen in hotel Flamenco in Gezira, waar het congres van het AAPSO plaatsgrijpt. In principe is het congres gesloten, maar misschien geraak ik als "observer" wel binnen...
Ten slotte heeft Ahmed mij vanavond uitgenodigd voor een Egyptisch concert van al-hizb in het Russisch Centrum in Dokki. Aangezien het reeds om 18u30 begint, hoop ik op tijd uit de Cairo University te ontsnappen!

Morgen heb ik, momenteel nog, een vrije dag, maar donderdag heb ik weer een heleboel afspraken. Het interview waar ik het meest naar uitkijk is echter voor deze zaterdag, wanneer ik met Essan al-Aryan, het zogenaamde "linkse" of "progressieve" lid van de Moslimbroeders zal spreken (hoewel dit volgens sommigen een contradictio in terminis is).


Uitzicht vanuit mijn nieuwe flat


Idem



zaterdag 23 februari 2008

A new place to call my own!

Een snel blogpostje tussen het uitpakken door... Na eens lang te hebben uitgeslapen, ben ik vandaag opnieuw naar het New Woman Research Center getrokken voor een gesprek met Amal Abd El-Hadi, een flinke marxiste-feministe, die ondanks alle tegenvallers optimistisch blijft en gelooft in de empowerment van de Egyptische vrouw doorheen de sociale en politieke strijd, zij aan zij met de mannen. Als dokter is ze de specialiste van het Centrum omtrent FGM (female genital mutilation; "vrouwenbesnijdenis") en reproductive health matters. Toen ze mij zag snotteren en snuiten gaf ze mij grijnzend het advies om een paar dagen uit te rusten, bij voorkeur in Aswan. Tja, als de dokter het zegt...


Amal Abd El-Hadi

Na dit interessante en verkwikkende interview had ik voldoende moed opgevat om eens door de oudere gedeelten van Caïro te trekken, willekeurige straatjes in te slaan en mijn nieuwsgierigheid naar het gewone stadsleven te bevredigen. Toen ik de oude stadsmuur van de Fatimiden tegenkwam en in de verte de dodenstad zag opdoemen, besloot ik naar het hotel terug te keren, in te pakken en naar mijn nieuwe woonst te vertrekken. En wat voor een woonst! Ruimte! Een prachtig uitzicht! (ik zit op de 8ste verdieping...) Een groot verschil met mijn klein en duister kamertje in het hotel. Hier zou ik best wel kunnen wonen...


De woonkamer


Mijn slaapkamer

vrijdag 22 februari 2008

Gedwongen rust

Die irritatie waarover ik in mijn vorige post sprak is deze nacht nog erger geworden, ontaardend in (lichte) keelpijn en een verkoudheid. (En nee, dit is niet te wijten aan het feestje van gisteren waar ik relatief vroeg vertrokken ben en waar ik mij verstandig van overmatig drankgebruik onthouden heb.)
Ik zie mezelf vandaag bijgevolg verplicht om het een dagje rustig aan te doen en op mijn kamer te blijven. Dit is heel erg jammer aangezien ik van plan was om met de bus naar Mahalla te gaan, maar Ahmed Belal (een van de betrouwbare Ahmeds) verzekerde mij dat ik er volgende week eventueel ook heen kon. Ik hoop dat mijn pijnlijke slijmvliezen met wat rust, fruitsap & thee terug op hun plooien komen; mocht dit niet lukken, dan zal ik de lokale kruidengenezer moeten raadplegen...

donderdag 21 februari 2008

Sun is shining...

Een prachtige dag vandaag! Stralende zon, geen wolkje aan de lucht... Opgewekt belde ik deze morgen dan ook naar Ahmed Mustafa (een van de drie Ahmeds die ik ondertussen ken), een jonge kerel actief in de jongerenorganisatie van de tagammu, om samen de Citadel van Salah ad-Din te bezoeken. Niet alle Ahmeds zijn even betrouwbaar, zo bleek echter. Na een lange, vruchteloze wachttijd bezocht ik de Citadel dan maar op m'n eentje. Het waren de zon en het fantastische uitzicht die het bezoek de moeite waard maakten, want de moskee van Muhammad Ali, die in het midden van de citadel staat, is, niettegenstaande haar imposante voorkomen, een oefening in lelijkheid en de burcht zelf heeft weinig karakter. Het politiemuseum en de militaire tentoonstelling, die zich tevens binnen de omwallingen bevinden, waren slechts een terloopse blik waardig. Als ik de enthousiaste commentaar van Ben moet geloven, heb ik misschien de verkeerde citadel bezocht...

Mijn verblijf in Caïro begint overigens al een eerste effect op mijn gezondheid te hebben; nee, (nog) niet de beruchte "toerista", maar wel een lichte irritatie van mijn luchtwegen, veroorzaakt door de uitlaatgassen van de honderdduizenden auto's die Caïro onveilig maken. Zaterdagnamiddag plan ik misschien wel een detoxicatiemoment in het al-Azhar park...

video

woensdag 20 februari 2008

Interviews...

Gisteren heb ik een volledige dag aan het uittypen van mijn interviews besteed. Inderdaad, ik zou met dit vervelende taakje kunnen wachten tot ik terug in België ben (en ondertussen leuke dingen kunnen doen), maar mijn methodologisch geweten dringt aan op een snelle transcriptie, aangezien de gesprekken nu nog vers in mijn geheugen liggen.

Een interview is een bijzondere bron omdat niet alleen de interpretatie van de tekst, maar ook de tekst zelf door de interactie tussen 'zender' en 'ontvanger' wordt geconstrueerd. Het is de tekst, de auditieve opname en de schriftelijke neerslag van het interview, die de eigenlijke bron vormt en niet de respondent. Aangezien een interview steeds het resultaat is van een concrete interactie tussen interviewer en respondent en steeds in een concrete context plaatsgrijpt, kan deze bron nooit exact worden gereproduceerd. De interviewer laat zijn vragen, klemtonen en intonaties tijdens het gesprek door de woorden, gedragingen en reacties van zijn respondent leiden (en vice versa) en hij moet, volgens mij, aan deze natuurlijke flow zo weinig mogelijk weerstand bieden en zo de symmetrische dialoog bevorderen en het a-symmetrische verhoor vermijden. Hieruit volgt dat de interviewer zichzelf (en zo zijn gesprek en gesprekspartner) niet teveel mag ketenen aan een vooraf opgesteld, strikt vragenschema dat de dialoog eerder versmacht dan aanmoedigt. De respondent moet binnen het gesprek voldoende ruimte krijgen om op een niet-lineaire en anti-autoritaire wijze de vragen van de interviewer te beantwoorden, zodat vormen van symbolisch geweld worden vermeden. Bekentenissen onder druk zijn immers zelden waardevol. Met andere woorden, ik bereid mijn interviews weinig ofte niet voor ;-)

Deze gedachten dwaalden door mijn hoofd terwijl ik deze namiddag met Bahey El Din Hassan in gesprek was, de directeur van het Cairo Institute for Human Right Research. In tegenstelling tot mijn andere respondenten was Bahey namelijk geen spraakwaterval die af en toe ingedamd moest worden; ik diende hem regelmatig met behulp van nieuwe vragen en opmerkingen aan te porren om zijn verhaal te doen. Het is altijd leuk om pseudo-onschuldige vragen te stellen, waarvan je weet dat zij je respondent uit zijn/haar tent lokken, zodat je je eigenlijke diepgaande vraag op basis van het geanticipeerde antwoord kan formuleren. De vraag "is islam wel compatibel met mensenrechten?" leidt zo tot het antwoord "ja natuurlijk, aangezien 'de islam' uit teksten bestaat die op verschillende wijzen worden geïnterpreteerd" en dan tot de eigenlijke vraag "maar waarom is dan interpretatie X dominant?".


Bahey in de bibliotheek van het CIHRS

Morgen heb ik geen interviews gepland, zodat ik eindelijk eens het Egyptisch museum, de Citadel en/of de piramides kan bezoeken. 's Avonds is er bovendien een feestje gepland van mijn toekomstige huisbewoners. Mijn toekomstige huisbewoners? Inderdaad, vanaf zaterdag verlaat ik mijn huidig prijzig verblijf om voor twee weken in een ruim appartement te wonen, samen met een Amerikaan en een Engelsman. Eergisteren ben ik een kijkje gaan nemen naar mijn nieuwe woonst en het is dik in orde, op het luxueuze af (twee badkamers, ingerichte keuken, tv met dvd, salon, ruime slaapkamers, twee terrassen met een prachtig zicht op Caïro...), terwijl ik er slechts de helft betaal van wat ik nu moet ophoesten. Dubbele luxe voor de helft van de prijs...

Overmorgen wacht mij een drukke dag, aangezien ik dan met de bus naar Mahalla vertrek, een stad zo'n 120km buiten Caïro, waar ik met enkele leiders van de stakingen van 2007 zal spreken. Ik overnacht er bij Ahmad Belal en keer dan met hem 's morgens naar Caïro terug, aangezien ik zaterdag om 11u in Mohandiseen een afspraak heb met dr. Amal van de New Woman Foundation...

maandag 18 februari 2008

Hoe zit dat nu met die Moslimbroeders?

Deze voormiddag toog ik opnieuw naar het hoofdkwartier van hizb at-tagammu, waar ik een interview had met Hussein Abdelrezik (ik neem gewoon de transcriptie over die ze zelf hanteren, let er dus niet teveel op), de secretaris-generaal van de partij en een joviale kerel. Binnen twee weken houdt de tagammu een algemeen congres, waarop een nieuw bestuur wordt verkozen en de politieke lijn wordt besproken. Aangezien de beginsessies openbaar zijn, zal ik waarschijnlijk wel eens een kijkje gaan nemen.


Hussein Abdelrezik (rechts ;)

Na het interview met Hussein had ik nog een kort gesprek met de hoofdredacteur van al-ahali, die de ex van Nawlad Darwish bleek te zijn; ook in Egypte is de wereld van de linkerzijde klein...

Toen ik 's middags mijn honger in een van de straten nabij Midan Talat Harb wilde stillen, trof ik een etablissement aan met op de kaart het mysterieuze gerecht "spaghetti polonaise". Uitermate nieuwsgierig (en ontzettend naïef) bestelde ik deze exotische pasta uit het verre Polen om even later een doodgewone spaghetti bolognaise voorgeschoteld te krijgen. Logisch natuurlijk, maar soms staat een mens versteld van zijn eigen onschuld.

Na deze verrukkelijke Poolse specialiteit ging ik naar het metrostation Sadat op het Midan Tahrir om mijn eerste ritje met de enige efficiënte dienst in heel Caïro (volgens bijna alle commentatoren) te maken. Tot mijn verbazing verliep dit uitermate vlot; ik nam de metro in de goede richting (Cairo University), de machine aan de ingang verslond mijn kaartje niet, ik stapte niet per ongeluk op in de vrouwenwagon (er zijn speciale vrouwenwagons voorzien waar mannen niet opmogen, hoewel vrouwen wel in de mannenwagons mogen zitten), en ik wist zonder kleerscheuren af te stappen.

Na een hele toer rond de gigantische campus van de Cairo University kwam ik eindelijk bij de hoofdingang, waar ik mezelf moest aanmelden en identificeren. Opvallend was de dreigende aanwezigheid van zwaar bewapende politieagenten rondom de campus, alsof de universiteit een gevangenis van gevaarlijke kennis was die elk moment kon ontsnappen. Aangezien aan de Cairo University geen buitenlanders mogen studeren, bevond ik me weldra als enige vreemdeling op de universitaire gronden, tussen honderden Egyptische jongens en (giechelende) meisjes. Na creatieve interpretatie van de Arabische richtingaanwijzingen belandde ik tenslotte in het kantoor van Hassan Hanafi. In tegenstelling tot mijn vorige gesprekken was het deze keer mijn gesprekspartner die mij het vuur aan de schenen legde en vragen stelde over mijn doctoraatsvoorstel. Na het enthousiasme van de voorbije dagen inzake mijn project was het ontnuchterend te beseffen dat ik nog veel werk voor de boeg heb indien ik Arabische bronnen voor mijn onderzoek wil gebruiken. Ik vrees dat het verbeteren en oefenen van mijn Arabische taalkennis in de komende maanden mijn prioriteit moeten worden.

Nu ik verscheidene figuren ter linkerzijde geïnterviewd heb, merk ik een duidelijke dissonantie op in hun discours over de Moslimbroeders. Volgens Nawlad bestaat er een kleine, linkse en democratische factie binnen de Moslimbroeders, die echter door de leiding wordt onderdrukt. Fakhry van zijn kant meent dat de Moslimbroeders een groter gevaar voor de Egyptische samenleving vormen dan Mubarak zelf, aangezien ze reactionaire waarden aan een prokapitalistisch beleid koppelen en daarbij op de lagere klassen en de middenstand steunen. Hussein stelt dat de Tagammu tussen 1995 en 2000 met de Moslimbroeders heeft samengewerkt, maar dat deze coalitie ophield te bestaan eens bleek dat de Moslimbroeders weldegelijk voor een religieuze staat ijveren, waar weinig plaats voor vrouwenrechten en religieuze minderheden zoals de Kopten is. Hassan daarentegen, die door de communisten als een Moslimbroeder wordt beschouwd en door de Moslimbroeders als een communist, betoogt dat men nergens in de publicaties en redevoeringen van de Moslimbroeders een oproep voor een strikte religieuze staat of een anti-Koptische houding kan terugvinden en dat zijn idee van sociale rechtvaardigheid en "islamitisch links" nog steeds een belangrijke invloed heeft op de politiek van de Moslimbroeders. Momenteel tast ik nog in het duister, maar tegen het einde van mijn verblijf hoop ik toch een eenduidiger beeld te krijgen van de aard van de Moslimbroeders op dit moment.

zondag 17 februari 2008

AAPSO

Deze middag heb ik een bezoekje gebracht aan het secretariaat van de Afro-Asian Peoples' Solidarity Organisation (AAPSO), alwaar ik Dr. Fakhry Labib, marxist en auteur/editor van o.a. dit boek, heb geïnterviewd. AAPSO is zo'n vijftig jaar geleden ontstaan als een internationaal netwerk en discussieplatform van Afrikaanse en Aziatische dekolonisatiebewegingen en de organisatie tracht zich heden te heroriënteren naar problemen rond economische ontwikkeling, ecologie, mensenrechten, democratie en globalisering (lees: kapitalisme & imperialisme) in de zogenaamde Derde Wereld. De locatie van het internationale secretariaat in Caïro is nog een erfenis van de voorname rol die Egypte tijdens de jaren '50 en '60 in de beweging van de niet-gebonden landen speelde. Aangezien mijn gesprek met Labib gepaard ging met brede uitweidingen over Arabische eenheid en nevendiscussies over de aard van de Sovjetunie wacht mij weerom een lange namiddag voor het klavier van mijn laptop...


Ingang tot het secretariaat


Fakhry Labib

zaterdag 16 februari 2008

Ibn Tulun, Backgammon & The New Woman Research Center

De traditie van vrijdag=rustdag respecterend ben ik gisteren met Ben naar de moskee van Ibn Tulun geweest, een oude en mooie pleinmoskee uit de 9de eeuw en een van die zeldzame oasen van rust in het drukke Cairo.


Binnenplein van de moskee

Daarna heb ik dan op het terras van een naburig theehuis eindelijk Backgammon leren spelen ("tawula" in het Egyptisch [betekent eigenlijk gewoon "tafel"; "tewla" uitgesproken [thanks Ben!]), het spel dat soms de nationale bezigheid lijkt van de mannelijke helft van de Egyptische bevolking. 's Avonds ben ik dan nog met "de Belgen" van het NVIC vis gaan eten (lekker!) en heb ik met hen tot de in de late uurtjes RISK gespeeld.


backgammon

's Ochtends moest ik echter vroeg op, want om 12u had ik mijn eerste interview, namelijk met Nawlad Darwish, de voorzitter van de "New Woman Research Center", een links-feministisch vormingsinstituut dat in de jaren '90 een aantal belangrijke taboes rond vrouwenmishandeling in Egypte heeft doorbroken. Aangezien ik de locatie van het centrum nog moest opsporen en mijn kaart van Caïro weinig waard is, diende ik een paar uurtjes op voorhand te vertrekken, de lange Ahmed Urabi straat afspeurend naar de obscure zijstraat waar het instituut zich bevindt. Van de voorbijgangers die ik de weg vroeg, kreeg ik veel sympathie, maar weinig efficiënt advies. Gelukkig wist Nawlad me telefonisch in de goede richting te sturen zodat ik niet al te laat op de afspraak aankwam.

In het Center werd ik, zoals bij het Tagammu HQ, met vriendelijkheid en thee ontvangen. Tevens heb ik enkele brochures en boeken meegekregen (de meeste in het Arabisch) die op termijn misschien een plaatsje in de bib van Arabistiek of Derde Wereld kunnen krijgen. De rest van deze namiddag zal ik besteden aan het uittypen van het interview...


Rechts: Nawlad


De bibliotheek van het Centrum


Medewerkers

vrijdag 15 februari 2008

Tagammu en het Nachtleven

Gisteren werd ik opnieuw ondergedompeld in een wereld vol tegenstellingen. Om 14u had ik op het Midan Talat Harb afgesproken met Ahmed Belal, mijn contactpersoon. Hij bracht me naar het hoofdkwartier van de hizb at-tagammu, de grootste linkse oppositiepartij in Egypte, waar ook hun krant, al-ahali, wordt uitgegeven. Ahmed zelf werkt als journalist bij de krant en zit in het bestuur van een progressieve jongerenbeweging die met de Tagammu verbonden is.

Eens ik in het HQ aangekomen was, met de redactie had kennisgemaakt en mijn plannen uit de doeken had gedaan, begon Ahmed allerlei prominente figuren ter linkerzijde te bellen om een afspraak met mij te maken en tevens gaf hij mij een waslijst aan telefoonnummers om zelf te doorploegen. Dit was meer dan ik ooit verhoopt had! Plots zat mijn hele dagplanning van de komende week vol met interessante ontmoetingen:
  • za 16 feb:
    • voormiddag: bellen naar Muhammad Sa'id, vice-voorzitter van het al-ahram centrum voor politieke en strategische studies en hoofdredacteur van de linkse gazet al-badil, en Nabil Zaki, de ex-hoofdredacteur van al-ahli, om een afspraak te maken
    • 12u afspraak met Nawlad Darwish, voorzitster van de 'nieuwe vrouw' beweging en dochter van een belangrijk figuur ter linkerzijde tijdens de jaren '70
    • 16u bijeenkomst met Ahmed
  • zo 17 feb:
    • 12u afspraak met Fakri Labib, organisator van een solidariteitscampagne
  • ma 18 feb:
    • 11u afspraak met de secretaris-generaal van de Tagammu-partij
    • 15u afspraak met prof. Hassan Hanafi
  • woe 20 feb:
    • 15u afspraak met de voorzitter van het centrum voor mensenrechten in Egypte
  • za 23 feb:
    • 11u afspraak met dr. Amal Abdelhadi, belangrijk figuur in de 'nieuwe vrouw'-beweging

De week daarna staat nog een ontmoeting met de voorzitters van twee nasseristische partijen op het programma, met de hoofdorganisator van Kifaya, met een ex-lid van de Moslimbroeders die nu lid van de Tagammu is, enzovoort.

Diezelfde avond had ik met Ben en Freuke afgesproken en werd ik weldra ondergedompeld in het bruisende Caïreense nachtleven, dat niet gedragen worden door Westerse toeristen of expatriats, maar door de zoontjes en dochtertjes van de Egyptische upperclass. In de eerste 'loungebar' die we bezochten, La Bodega, werden we na een uurtje al vriendelijk de deur gewezen aangezien we niet zoveel consumeerden als de in steeds grotere getale toestromende schaars geklede, whiskey-cola drinkende Egyptische meisjes en in armani gestoken jongens. Dan maar naar de Cairo Jazz Club, in Mohandiseen, waar tot onze verbijstering alle tafeltjes gereserveerd waren en Valentijn nogal enthousiast werd gevierd door de rijke Egyptische jeugd, die in haar clubs blijkbaar andere culturele en morele waarden celebreert dan de gemiddelde fellah. De vrijmoedige dresscode, de drankzucht en het Westers kopieergedrag vormden geen uitdrukking van een ontwikkelde, progressieve elite die het land van traditionalisme zou bevrijden, maar wel van de decadentie van een heersende klasse, die voor zichzelf in het halfdonker andere regels stelt dan voor de rest van de samenleving. En wij als westerlingen stonden erbij en keken ernaar, hen bekritiserend met onze spitsvondige geestigheden, maar niettemin genoegzaam participerend in de hypocriete culturele scheiding die door Egypte loopt.

woensdag 13 februari 2008

Zamalek

Misschien is de titel van deze blog een beetje ongelukkig gekozen, want Zamalek, de plaats waar ik verblijf, is allesbehalve de buik van al-qahira (letterlijk "de zegevierende/veroverende", vandaar...). Het is eerder een schoonheidsvlek; een concentratie van ambassades, upperclass appartementen en rijkeluisschooltjes, die zowel afstoot als aantrekt. De aantrekkingskracht van een buurt als Zamalek schuilt voornamelijk in haar oase van (relatieve) rust en groen. Tezelfdertijd drukt deze "residentiële buurt" de economische en esthetische tegenstrijdigheden van het moderne Caïro uit. Ooit prachtige maar inmiddels verloederde art deco appartementen uit de jaren '50 staan broederlijk naast moderne flatgebouwen; hippe bars en restaurantjes lijken willekeurig tussen lelijke huizen met afbladderende gevels straten aangeplant, in de ijdele hoop de rest van het straatbeeld te overwoekeren; armoedige oudijzerophalers wurmen zich langs glanzende bolides... Direct waarneembare voorbeelden van het zogenaamde proces van uneven and combined development.


Uitzicht op de Franse ambassade vanop het terras waar ik internet ontvang, voor meer groen moet je lid zijn van de prestigieuze Gezira sportclub of 't stad verlaten

Toegegeven, veel meer dan Zamelek heb ik nog niet gezien, omdat ik gisteren mijn tijd aan meer praktische zaken gewijd heb, zoals het bemachtigen van een Egyptische SIM-kaart, het inslaan van wat levensmiddelen, het kopen van een krant (met uitgebreide fotoshoots van een glunderende Mubarak naast het Egyptische elftal dat deze zondag de Afrikacup heeft gewonnen) en andere noodzakelijkheden. Ondertussen ben ik ook aan het uitkijken naar een ander verblijf, aangezien mijn huidige kamer nogal prijzig is. Blijkbaar zijn er in Zamalek vrij veel bemeubelde appartementjes te huur, bewoond door buitenlandse studenten die voornamelijk aan de American University of Cairo studeren, dé elite universiteit van Cairo met een swingend inschrijvingsgeld van zo'n half miljoen oude Belgische franken.

Dankzij mijn nieuwe gsm-kaart heb ik al contact gelegd met een zekere Ahmed Belal, van wie ik de gegevens van Erik heb gekregen en die me hopelijk een beetje wegwijs in de Egyptische linkerzijde zal maken. In de komende dagen moet ik nog het NVIC bezoeken, een afspraak met prof. Hassan Hanafi maken en een privé-leraar Arabisch op de kop tikken.