donderdag 27 maart 2008

al-ahram!

Na twee gefaalde afspraken met Ahmed M. heb ik deze voormiddag dan eindelijk het heft in eigen handen genomen en samen met Erik, die gisteren in Cairo gearriveerd is, Giza, Saqqara & Dahshur bezocht. Woestijn, frisse lucht, zon, palmbomen langs de weg, piramiden en mastaba's... waarom heb ik daar zo lang mee gewacht? Het hoogtepunt was de vervaarlijke afdaling in de Rode Piramide van Snefroe en het bezoek aan de twee interne spectaculaire gewelven, die al bijna vijf millennia het gewicht van duizenden tonnen steen torsen.

Bezochte piramides in historische volgorde:


Trappiramide van Djoser, Saqqara


Knikpiramide van Snefroe, Dahshur


Rode piramide, Dahshur


Piramide van Cheops, Giza


Piramide van Chefren (rechts) en Mykerinos (links)

zaterdag 22 maart 2008

Vice versa

Vanavond gedineerd met een sympathieke Duitse (ja ze bestaan weldegelijk, Maarten G.) en Oostenrijkse archeologe. De Duitse, Miriam, is immers ook geïnteresseerd in de moderne politiek van Egypte en de Moslimbroeders, waardoor de rollen omgedraaid werden en ik het was die ondervraagd werd... Ik zou mezelf allesbehalve een expert noemen, maar in 't land der blinden is éénoog koning?

Soulmate van over 't water

Deze avond ben ik iets gaan drinken met Jack, een vriend van mijn flatgenoot Simon, die net als Simon aan Oxford University gestudeerd heeft. In tegenstelling tot mijn ietwat brave en politiek-conservatieve Engelse roommates bleek Jack een geëngageerde socialist te zijn, ex-lid van de Britse SWP (die goeie lessen uit zijn aanraking met links sektarisme en dogmatisme heeft getrokken...), geïnteresseerd in islam en politiek in het Midden-Oosten, met doordachte standpunten over Hizbullah, Palestina en de oorlog in Irak, het hart op de juiste plaats, etc. Mocht ik aan Oxford gestudeerd hebben, dan waren we waarschijnlijk vrienden geweest.

dinsdag 18 maart 2008

Gladde nasserist

Helaas! Niettegenstaande ik de instructies van Ahmed B. goed heb gevolgd (eerst een sms zenden, dan bellen, etc), heb ik onze paranoïde Nasservriend niet kunnen bereiken. Ik zal hem vanavond nog eens proberen te contacteren...

Barney, Jon zijn vriend, is deze morgen terug naar de States vertrokken, met merkbare tegenzin. Tja, wie van de Nijl drinkt...

zondag 16 maart 2008

Cairo Nightlife Part Deux

Beschaamd bood Jon gisteren zijn excuses aan voor zijn onbeschoftheid, jammer genoeg niet aan het personeel van 't casino, maar aan mij die er uiteindelijk weinig last van had - toch, ik was aangenaam verrast! Vergeven en vergeten en zo van die dingen...
Aangezien Barney binnen een paar dagen vertrekt, besloot Jon op barstrooptocht te gaan. Ik was van plan om eens vroeg te gaan slapen, maar toen Jon grijnzend zei dat we naar de Afrikaanse diplomatenclub in Mohandiseen zouden gaan, kon ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen.



In Cairo is echter niets wat het lijkt. Laat je niet misleiden door holle frasen zoals "members only" of flashy informatieborden... Deze Afrikaanse "diplomatenclub" bleek een soort Afrikaanse bar te zijn, geïnstalleerd in een oude koloniale woning. Aangezien het zaterdagavond was (=zoals zondagavond bij ons) was er weinig of geen volk, maar het was er wel gezellig en relatief goedkoop! (clubs mogen duty free drank serveren...) Ik zal er zeker nog eens terugkeren op een donderdagavond...

Na ons bezoek aan deze originele locatie begon het bij Jon opnieuw te kriebelen. Hij wou Barney's laatste uitgaansavond in Cairo op gepaste wijze vieren en zocht naar een plek met wat meer volk. Aldus begon onze vruchteloze odyssee. Op een paar uur tijd heb ik het halve uitgaansleven van Cairo gezien denk ik... Cairo Jazz Club, Buddha Bar (Sofitel), Hard Rock Cafe (Grand Hyatt), Latex (Hilton), Absolut (tegenover ander Hilton)... maar helaas voor Barney was elke bar, club of disco op sterven na dood. Tja. Uiteindelijk eindigden we in Maison Thomas met een heerlijke pizza, wat eigenlijk geen slecht eind van de avond was, voor mij althans...

***

Morgen heb ik een afspraak met een paranoïde nasserist, maar vandaag zal ik weerom besteden aan het transcriberen van mijn vorig interview, namelijk met een oudgediende van de communistische partij. 't Belooft een lastige transcriptie te worden, aangezien er veel achtergrondlawaai was en de man vrij stil sprak...

zaterdag 15 maart 2008

Casino Amrikayn

Meestal doe ik hard mijn best om mensen niet in hokjes te dwingen, hoewel de verleiding daartoe soms groot is. Mijn flatgenoot Jon bijvoorbeeld voldoet gelukkig niet aan het stereotype beeld van de luidruchtige, arrogante, kleingeestige, ..., Amerikaan. Althans, dat dacht ik tot gisterenavond...

Jon en Barney (een vriend van hem die een paar weken in Egypte verblijft en af en toe op onze zetel overnacht) hadden een vriendin, Corinne, op bezoek. Corinne is een twintigjarige Britse, geboren en getogen in Bangladesh, waar ze op een Amerikaanse school gezeten heeft. Gedurende haar twintig jarige bestaan heeft ze al heel Zuid-Oost-Azië doorkruist, van Cambodja tot Pakistan en van Nepal tot Nieuw-Zeeland (ok, dat behoort tot Oceanië, maar mijn punt is duidelijk), en heeft ze enkele jaren in de States gewoond, waar ze Jon (29) heeft leren kennen. De relatie tussen de twee is nogal duister, maar dat lijkt tussen buitenlandse studenten hier eerder de regel dan de uitzondering te zijn. Enfin, Corinne zit blijkbaar ook in Caïro om, met bijzonder weinig enthousiasme, aan het ILI Arabisch te leren in het kader van haar Bachelor Midden-Oostenstuff.

Aangezien ik even genoeg had van het transcriberen van interviews besloot ik het gezelschap te vervoegen in hun babbel en in de consumptie van Sakarabier, whiskey-cola en foute eighties-muziek. Dra zakten we af naar Deals, een gekend Westers café in Zamalek, waar Frank en Simon, mijn twee Britse flatgenoten, met wat vrienden congregeerden. Jon was echter in een ongedurige bui en stelde voor om naar het casino in het Mariott hotel te gaan. Mijn antropologische nieuwsgierigheid won het van mijn morele principes (je speelt niet met grof geld in een land waar grote armoede heerst) en Jon, Barney, Corinne en ik togen naar het casino.

Centrum: Corinne, Links: Jon. Op de achtergrond wat slot machines. Ik heb maar één foto en er staat niet veel op, want het was immers verboden om foto's in het casino te trekken, aangezien "de aanwezige Arabieren anders in de problemen zouden komen". Hypocriete maatschappij...

In het casino, waar overigens meer Arabieren dan Westerlingen zaten te gokken, kon je enkel met dollars terecht, waar ik eigenlijk blij om was; ik had geen zin om Egyptische ponden naar groene briefjes om te wisselen die ik daarna toch zou kwijtspelen en dus nam ik tevreden de rol van observator aan. Corinne evenzo. Jon had natuurlijk wat dollars op zak en schoof aan bij de Blackjacktafel. Toen hij zijn Amerikaans geld bovenhaalde, kwam er over hem een merkwaardige, sinistere verandering. Plots begon hij de serveuse te commanderen, zich op te winden over het feit dat ze geen "whiskey-sour" kende en op luide wijze zijn instemming te betuigen met de korte lengte van de rokjes van de vrouwelijke dealers. Ook Barney werd verblind door de groene glans van de briefjes en hij wilde zo snel mogelijk wat Egyptische ponden in dollars wisselen. Toen hij echter bij de cashier kwam, nam deze juist een kwartiertje pauze. De brave en gezapige Barney transformeerde van het ene op het andere moment in een woeste, ongeduldige en hovaardige klootzak. Hij haalde de manager erbij omdat hij niet stante pede zijn geld kon wisselen (wat blijkbaar een grote zonde in een casino is). De misselijk makende arrogante houding van Jon en Barney was iets waar ze volgens henzelf recht op hadden, denk ik; het was hun immateriële beloning voor het verspelen van hun geld.

Nieuwsgierigheid maakte algauw plaats voor afkeer en ik verliet het casino, teleurgesteld in de karakterzwakte van mijn flatgenoot.

donderdag 13 maart 2008

Kifaya en de strijd voor democratie

Het gesprek met Ahmed Bahaa Eldin Shaaban, een coördinator van Kifaya en waarschijnlijk de volgende hoofdcoördinator, maakte mijn frustrerende dag gisteren gelukkig ruimschoots goed. Als hoofd van een klein bedrijfje zou hij in België waarschijnlijk categoriek aan de rechterzijde staan en vrolijk op het Belang stemmen, maar in een Egyptische context heeft zelfs de hogere middenklasse / "kleine" burgerij niet de luxe om resoluut de kant van het kapitaal te kiezen. "Het kapitaal" in Egypte bestaat immers voornamelijk uit buitenlandse ondernemingen en de "koninklijke familie", de kleine cirkel van superrijken rond Mubarak, die politiek en economisch alle macht in handen hebben. Hoewel bedrijfsleidertjes zoals deze Kifaya-voorman het vanzelfsprekend beter hebben dan hun arbeiders, bevinden ze zich in een voortdurende economische onzekerheid. Ze beschikken niet over voldoende kapitaal om productiviteitbevorderende investeringen te doen. Het bestaan van hun bedrijfje is heel precair en balanceert voortdurend op de rand van het faillisement. Ze weten niet of ze op het einde van de maand de lonen van hun arbeiders kunnen uitbetalen. Door hun sociale situatie is hun klassenbewustzijn vaak eerder met hun werknemers dan met het kapitaal verbonden. Het gemak waarbij Mubaraks naasten het geld binnenrijven terwijl zij, die toch ook "ondernemers" zijn, moeten vechten voor hun dagelijks bestaan, roept veel frustratie en woede op. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Kifaya er in slaagt zowel nationalisten (nasseristen), socialisten, gematigde islamisten (hizb al-wasat) en liberale democraten te verenigen tegen het regime. Hoewel de beweging de laatste twee jaar veel van haar slagkracht verloren heeft door organisatorische en contextuele factoren, heeft ze in haar retoriek een belangrijke evolutie doorgemaakt. Naast puur politieke slogans, die tot democratie oproepen, omvat haar discours nu ook meer en meer sociale eisen, die ook de liberale elementen in de beweging ondersteunen.

Vanzelfsprekend zal de beweging in verschillende vijandige politieke kampen uiteenvallen eens het regime valt en er een soortement burgerlijke democratie wordt geïnstalleerd (tenzij het leger de macht grijpt natuurlijk...). De belangen van groot noch klein kapitaal zijn immers op lange termijn met dat van arbeid te verzoenen en in een context van globalisering en verscherpte internationale concurrentie zal ook de "democratische" burgerij haar werknemers steeds meer onder druk moeten zetten (verlaging van de lonen, verlenging van de arbeidsduur, verhoging van het arbeidsritme, enz... waar hebben we dat nog gehoord?). Daarom is de monstercoalitie van Kifaya des te meer tekenend voor de minieme sociale basis waar het Egyptische regime op steunt. Zonder de externe steun van de VS (2 miljard dollar per jaar) en de EU zou de staat haar ontzagwekkende, onproductieve repressieapparaat (1.400.000 manschappen!!!!!!!!) nooit kunnen onderhouden en zou de corrupte kring rond de president haar machtsmonopolie al lang verloren hebben. Het belangrijkste gevaar voor democratie in de Arabische wereld komt dus niet van de islamisten, maar van onze eigen Westerse regeringen, die dergelijke corrupte en autoritaire regimes financieel en moreel ondersteunen. Hoe hypocriet is het niet om in Irak een oorlog voor, zogenaamd, democratie te voeren, terwijl men ondertussen blijmoedig het neerslaan van betogingen in Egypte sponsort? Hypocrisie is echter de keerzijde van economische en geostrategische belangen. Vanaf Sadat en de Camp David akkoorden vormt Egypte immers een brave bondgenoot in de regio; het regime vormt niet langer een bedreiging voor de staat Israël en oorlogsbodems en olietankers kunnen het Suez-kanaal vrij passeren. Waarom de onzekerheid van democratie in Egypte riskeren als men voor wat dollars een bevriende dictatuur kan ondersteunen die dit alles zonder tegenstribbelen aanvaardt?

woensdag 12 maart 2008

al-intidhaar daa'iman

Leven en werken in Egypte is voor de geduldigen. Hoeveel uur ik al niet met mijn vingers heb zitten draaien omdat een afspraak uitgesteld werd, omdat een afspraak niet goed gemaakt werd, of gewoon omdat verveeld rondkijken blijkbaar een fundamenteel aspect is van het sociale leven hier? Mijn afspraak met de communist is verplaatst naar morgen - gelukkig ben ik nu al verstandig genoeg om mijn laptop mee te hebben naar de HQ van al-ahali, zodat ik de tijd naar mijn volgende interview, inshallah, op een constructieve manier kan overbruggen. De piramiden gisteren? Ik wacht nog altijd op het telefoontje van "onbetrouwbare" Ahmed, die zijn epitethon opnieuw verdiend heeft... Ik heb dan maar mijn plotse vrijetijd besteed aan het uitschrijven van mijn interview met al-Aryan, maar "all work and no play makes Brecht a dull boy..." Gelukkig was er gisterenavond een stompzinnige film op tv, "Anchorman", die ik samen met mijn Britse flatgenootjes (Jon zit blijkbaar in Bahrayn) heb bekeken. Fun was had by all!

Ik ben Ahmed Belal (niet te verwarren met "onbetrouwbare" Ahmed of de Duitssprekende Ahmed Zakariyya met wie ik af en toe schaak) aan het porren om nog zoveel mogelijk interviews en gesprekken te regelen, aangezien hij vanaf zondag voor drie weken in China zit. Ahmed B. is immers de zoon van een Egyptische zakenman en moet soms voor papa naar het buitenland... Jammer, want Ahmed is mijn baken van orde, structuur en Engelstaligheid in de Caïreense Chaos. Mish mushkila, we trekken ons plan wel.

(Ik heb overigens een mailtje teruggekregen van het VMT en ze zullen mijn artikeltje over Shariati in juni publiceren. Het is niet erg diepgaand, zoals Koen Dille ook al opmerkte, maar het is moeilijk om een algemene inleiding tot iemands leven en ideeën te geven en tezelfdertijd aardschokkende intellectuele bevindingen weer te geven. Ik zou een hele boom over de politisering van het religieuze begrip "tawhid" kunnen opzetten, maar daar heeft de (islam)leek die amper het verschil tussen sjiisme en soennisme kent weinig aan, toch?)

maandag 10 maart 2008

De Moslimbroeders

Vandaag had ik mijn meest "spannende" interview, namelijk met Issam al-Aryan, een leider van de Egyptische Moslimbroeders. Net als Jan Leyers (maar dan met minder camerageweld...) trok ik naar het hol van de leeuw, dat in een appartementsblok in al-Manyal (Rhoda Island) ligt en voorzien is van luxueuze stoelen en zacht tapijt. Een vriendelijke en minzame al-Aryan wachtte mij op en begeleidde mij op zijn kousevoeten (het appartement functioneert ook als gebedsruimte, vandaar...) naar zijn bureau. Ik had een waslijst aan vragen opgesteld, maar algauw bleek dat al-Aryan mij niet meer dan een half uur te woord kon staan. Jammer. Hierdoor kreeg ik weinig ruimte om diepgaand te polsen naar de houding van de Moslimbroeders tegenover de stakingsbeweging, de Kopten, de kwestie van de vrouw & FGM, de linkerzijde, het regime, enzovoort. Ik bleef dus een beetje op mijn honger zitten...

Voor ik deze morgen naar al-Manyal vertrok, had Jon, mijn Amerikaanse flatgenoot, mij nog half-lachend, half-serieus, gewaarschuwd voor de Egyptische geheime dienst, die elke beweging rond het HQ van de Moslimbroeders nauwlettend in de gaten houdt en mij waarschijnlijk zou volgen. Ik heb echter geen spoor van hen gezien, wat natuurlijk ook kan betekenen dat ze heel efficiënt te werk gaan ;-)

Morgen ga ik misschien naar de piramiden, als een van de Ahmeds tijd heeft, en overmorgen heb ik een interview met iemand van de communistische partij (die eigenlijk illegaal is, maar waarvan de meeste leden publiekelijk gekend zijn...) en van de beweging Kifaya. Het zijn dus weer drukke dagen...

zondag 9 maart 2008

Egyptisch museum

Gisteren ben ik dan eindelijk naar het Egyptisch museum geweest, een van de meest imposante en frustrerende tentoonstellingsruimtes ooit. Het magnifieke gebouw barst uit zijn voegen van de als het ware op een hoop gesmeten beelden, glazen kastjes met kleinoden, papyrussen, brokken tempels, sarcofagen, enzovoort. De stukken staan in een halfslachtige chronologische opstelling en wie geen professioneel Egyptoloog is, is bijna gedwongen zich tot een gids in boekvorm of mensengedaante te wenden, aangezien de objecten slechts sporadisch van wat basisuitleg voorzien zijn. De belichting, zijnde zwak gloeiende tl-buizen, zou elke museumcurator het schaamrood op de wangen brengen...
Niettemin blijft het Egyptisch museum een verplichte stop voor elke liefhebber van de faraonische cultuur, vanwege de omvang van de collectie, de schat van "King Tut" en natuurlijk enkele fantastische sculpturen, zoals mijn favoriet uit het Oude Rijk:



Dit beeld van Khephren, die bijna liefdevol door de valkengod Horus wordt beschermd, drukt de sobere en onverbiddelijke majesteit uit van de grote farao's uit het Oude Rijk. Hoewel men terecht kritiek kan uiten op oriëntaliserende concepten als 'Oosterse despotisme' en 'Aziatische productiewijze', roept de kunstgeschiedenis van deze specifieke periode -toen de tempels en de provinciale gouwheren nog geen geduchte concurrentie voor de centrale macht van de farao vormden- het visioen op van een despotische en paternalistische koning, een opperste patriarch:

"It is not in the least a contradiction to it that, as in most of the Asiatic land-forms, the comprehensive unity standing above all these little communities appears as the higher proprietor or as the sole proprietor; the real communities hence only as hereditary possessors. Because the unity is the real proprietor and the real presupposition of communal property, it follows that this unify can appear as a particular entity above the many real particular communities, where the individual is then in fact propertyless, or, property (…) appears mediated for him through a cession by the total unity -- a unity realized in the form of the despot, the father of the many communities -- to the individual, through the mediation of the particular commune. The surplus product -- which is, incidentally, determined by law in consequence of the real appropriation through labour -- thereby automatically belongs to this highest unity." (MARX, K., 2002: Grundrisse der Kritik der Politischen Ökonomie. Outlines of the Critique of Political Economy, Marxist Internet Archive, eigen nadruk)

vrijdag 7 maart 2008

3id milaad Dries

't Was een tof feestje Dries! ;-)


donderdag 6 maart 2008

Het weer wordt warmer...

... en ook de gemoederen beginnen te verhitten. Toen ik gisteren op pad was naar al-hizb om hun congres bij te wonen passeerde ik nabij Midan Talat Harb een samenscholing van (waarschijnlijk) nasseristen, die langzaam maar zeker door de talrijke ordediensten omsingeld werden. Ik begon een paar foto's van het evenement te nemen, maar werd toen door de politie vriendelijk verzocht om mijn weg verder te zetten.



Het gebouw van de Tagammu zat tjokvol congresgangers, jong en oud:

video

Naast deze centrale vergaderruimte waren er nog een aantal kleinere seminaries.

Mijn afspraak met Essan al-Aryan van de Moslimbroeders is verschoven naar volgende week maandag; enfin, hij hoopt mij dan in het HQ van de Moslimbroeders in al-Manyal te ontmoeten, maar met de recente arrestatiegolf is dit allesbehalve een zekerheid.

Volgende week dinsdag heb ik met Ahmed Mustafa afgesproken om de piramiden te bezoeken, niet enkel de drie van Giza, maar ook die van Dashur, die minder bekend zijn, maar zeker niet moeten onderdoen voor hun beroemde broers.

zaterdag 1 maart 2008

Alea Iacta Est

Eindelijk heb ik dan de Rubicon overgestoken! Ik keer niet op 10 maart, maar wel op 30 maart terug naar België. Dat geeft me nog een kleine drie weken extra, die ik onder meer hoop te besteden aan het verbeteren van mijn Arabisch en het bijwonen van de Cairo conference...