zondag 9 maart 2008

Egyptisch museum

Gisteren ben ik dan eindelijk naar het Egyptisch museum geweest, een van de meest imposante en frustrerende tentoonstellingsruimtes ooit. Het magnifieke gebouw barst uit zijn voegen van de als het ware op een hoop gesmeten beelden, glazen kastjes met kleinoden, papyrussen, brokken tempels, sarcofagen, enzovoort. De stukken staan in een halfslachtige chronologische opstelling en wie geen professioneel Egyptoloog is, is bijna gedwongen zich tot een gids in boekvorm of mensengedaante te wenden, aangezien de objecten slechts sporadisch van wat basisuitleg voorzien zijn. De belichting, zijnde zwak gloeiende tl-buizen, zou elke museumcurator het schaamrood op de wangen brengen...
Niettemin blijft het Egyptisch museum een verplichte stop voor elke liefhebber van de faraonische cultuur, vanwege de omvang van de collectie, de schat van "King Tut" en natuurlijk enkele fantastische sculpturen, zoals mijn favoriet uit het Oude Rijk:



Dit beeld van Khephren, die bijna liefdevol door de valkengod Horus wordt beschermd, drukt de sobere en onverbiddelijke majesteit uit van de grote farao's uit het Oude Rijk. Hoewel men terecht kritiek kan uiten op oriëntaliserende concepten als 'Oosterse despotisme' en 'Aziatische productiewijze', roept de kunstgeschiedenis van deze specifieke periode -toen de tempels en de provinciale gouwheren nog geen geduchte concurrentie voor de centrale macht van de farao vormden- het visioen op van een despotische en paternalistische koning, een opperste patriarch:

"It is not in the least a contradiction to it that, as in most of the Asiatic land-forms, the comprehensive unity standing above all these little communities appears as the higher proprietor or as the sole proprietor; the real communities hence only as hereditary possessors. Because the unity is the real proprietor and the real presupposition of communal property, it follows that this unify can appear as a particular entity above the many real particular communities, where the individual is then in fact propertyless, or, property (…) appears mediated for him through a cession by the total unity -- a unity realized in the form of the despot, the father of the many communities -- to the individual, through the mediation of the particular commune. The surplus product -- which is, incidentally, determined by law in consequence of the real appropriation through labour -- thereby automatically belongs to this highest unity." (MARX, K., 2002: Grundrisse der Kritik der Politischen Ökonomie. Outlines of the Critique of Political Economy, Marxist Internet Archive, eigen nadruk)

Geen opmerkingen: