donderdag 13 maart 2008

Kifaya en de strijd voor democratie

Het gesprek met Ahmed Bahaa Eldin Shaaban, een coördinator van Kifaya en waarschijnlijk de volgende hoofdcoördinator, maakte mijn frustrerende dag gisteren gelukkig ruimschoots goed. Als hoofd van een klein bedrijfje zou hij in België waarschijnlijk categoriek aan de rechterzijde staan en vrolijk op het Belang stemmen, maar in een Egyptische context heeft zelfs de hogere middenklasse / "kleine" burgerij niet de luxe om resoluut de kant van het kapitaal te kiezen. "Het kapitaal" in Egypte bestaat immers voornamelijk uit buitenlandse ondernemingen en de "koninklijke familie", de kleine cirkel van superrijken rond Mubarak, die politiek en economisch alle macht in handen hebben. Hoewel bedrijfsleidertjes zoals deze Kifaya-voorman het vanzelfsprekend beter hebben dan hun arbeiders, bevinden ze zich in een voortdurende economische onzekerheid. Ze beschikken niet over voldoende kapitaal om productiviteitbevorderende investeringen te doen. Het bestaan van hun bedrijfje is heel precair en balanceert voortdurend op de rand van het faillisement. Ze weten niet of ze op het einde van de maand de lonen van hun arbeiders kunnen uitbetalen. Door hun sociale situatie is hun klassenbewustzijn vaak eerder met hun werknemers dan met het kapitaal verbonden. Het gemak waarbij Mubaraks naasten het geld binnenrijven terwijl zij, die toch ook "ondernemers" zijn, moeten vechten voor hun dagelijks bestaan, roept veel frustratie en woede op. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Kifaya er in slaagt zowel nationalisten (nasseristen), socialisten, gematigde islamisten (hizb al-wasat) en liberale democraten te verenigen tegen het regime. Hoewel de beweging de laatste twee jaar veel van haar slagkracht verloren heeft door organisatorische en contextuele factoren, heeft ze in haar retoriek een belangrijke evolutie doorgemaakt. Naast puur politieke slogans, die tot democratie oproepen, omvat haar discours nu ook meer en meer sociale eisen, die ook de liberale elementen in de beweging ondersteunen.

Vanzelfsprekend zal de beweging in verschillende vijandige politieke kampen uiteenvallen eens het regime valt en er een soortement burgerlijke democratie wordt geïnstalleerd (tenzij het leger de macht grijpt natuurlijk...). De belangen van groot noch klein kapitaal zijn immers op lange termijn met dat van arbeid te verzoenen en in een context van globalisering en verscherpte internationale concurrentie zal ook de "democratische" burgerij haar werknemers steeds meer onder druk moeten zetten (verlaging van de lonen, verlenging van de arbeidsduur, verhoging van het arbeidsritme, enz... waar hebben we dat nog gehoord?). Daarom is de monstercoalitie van Kifaya des te meer tekenend voor de minieme sociale basis waar het Egyptische regime op steunt. Zonder de externe steun van de VS (2 miljard dollar per jaar) en de EU zou de staat haar ontzagwekkende, onproductieve repressieapparaat (1.400.000 manschappen!!!!!!!!) nooit kunnen onderhouden en zou de corrupte kring rond de president haar machtsmonopolie al lang verloren hebben. Het belangrijkste gevaar voor democratie in de Arabische wereld komt dus niet van de islamisten, maar van onze eigen Westerse regeringen, die dergelijke corrupte en autoritaire regimes financieel en moreel ondersteunen. Hoe hypocriet is het niet om in Irak een oorlog voor, zogenaamd, democratie te voeren, terwijl men ondertussen blijmoedig het neerslaan van betogingen in Egypte sponsort? Hypocrisie is echter de keerzijde van economische en geostrategische belangen. Vanaf Sadat en de Camp David akkoorden vormt Egypte immers een brave bondgenoot in de regio; het regime vormt niet langer een bedreiging voor de staat Israël en oorlogsbodems en olietankers kunnen het Suez-kanaal vrij passeren. Waarom de onzekerheid van democratie in Egypte riskeren als men voor wat dollars een bevriende dictatuur kan ondersteunen die dit alles zonder tegenstribbelen aanvaardt?

Geen opmerkingen: