donderdag 7 oktober 2010

Dag 24-25: October War

Gisteren was het de 6de oktober, een feestdag voor de Egyptenaren. Verscheidene landmarks in Cairo zijn vernoemd naar deze dag: bruggen, wijken, straten, pleinen, zelfs het ziekenhuis om de hoek. Op 6 oktober lanceerden Egypte en Syrië immers een verrassingsaanval op Israël om de in 1967 verloren Sinaï en Golan hoogvlakte te heroveren. Tot ieders verbazing was de aanval aanvankelijk een succes. De enorme zandheuvels (zo'n 18 meter) die de Israëli's aan het Suez kanaal hadden opgeworpen om een tankaanval te weerstaan werden op sluwe wijze met hogedrukwaterkanonnen platgespoten. De Israëlische dominantie van het luchtruim, wat in 1967 tot een vernederende vernietiging van de Egyptische luchtmacht had geleid, werd nu getart met mobiele luchtafweerraketten. Dit liet de infanteristen toe om het Suez kanaal over te steken en de Sinai binnen te dringen. Daar kwam de Egyptische aanval al snel tot een stilstand en eens de Israëli's van de verrassingsinvasie bekomen waren, begonnen ze de Arabische troepen in de Sinai en de Golan terug te dringen. Niemand minder dan generaal Ariël Sharon was de leider van de tegenaanval in de Sinaï. Israëlische troepen staken het Suez kanaal over zodat de Egyptische troepen in de Sinaï werden afgesneden. Enerzijds was er een grote strijdmacht Egyptische soldaten en tanks ten oosten van het Suez kanaal, die, hoewel omringd door het IDF (Israëlisch leger), toch nog een grote bedreiging voor Israël vormde. Anderzijds waren de Israëlische troepen ten westen van het kanaal opgerukt tot zo'n 100 km van Cairo.



De VS en de USSR onderhandelden met beide partijen om tot een wapenstilstand te komen. Israël schond echter het initiële verdrag door de tegenaanval op Egyptisch grondgebied verder te zetten en de Egyptische troepen ten oosten van het kanaal aan te vallen. De Sovjetunie eiste van de VS dat ze samen een contingent zouden zenden dat op de wapenstilstand toezag; zo niet dan zou de USSR unilateraal in het voordeel van Egypte tussenkomen. In de VS was het Watergate schandaal ondertussen op zijn hoogtepunt en Nixon was niet meer in staat om belangrijke beslissingen te nemen; de Amerikaanse legertop had de facto de touwtjes in handen wat betreft de Egyptische kwestie. De haviken intimideerden op hun beurt de Sovjetunie door hun "nucleaire paraatheid" te verhogen en zelf met interventie te dreigen als de Russen zouden tussenkomen. Wanneer Egypte de vraag tot Sovjetassistentie zou laten vallen, dan zouden de VS Israël onder druk zetten om de wapenstilstand te respecteren. Deze garantie was voldoende voor Sadat, die in deze ontwikkeling een kans zag om van kamp te veranderen. Egypte kreeg de Sinaï terug en kon de morele blaam van 1967 uitwissen.



Hoewel de October War allesbehalve een klinkende overwinning was, vormde deze gebeurtenis een keerpunt in de moderne Egyptische geschiedenis. Uit de oorlog vloeiden de Camp David akkoorden met Israël, tot grote consternatie van de Arabische buurlanden die Sadat als een verrader aanzagen. Uit de oorlog vloeiden tevens grote geldstromen van de VS naar Egypte, in de vorm van financiële, militaire en humanitaire hulp. De oorlog verstevigde ook de politieke en economische heroriëntaties van het regime. De dictatuur kreeg een democratisch likje verf in de vorm van een gecontroleerd meerpartijenstelsel, burgerrechten die niet gerespecteerd werden en vervalste verkiezingen. Binnen de economie kwam er ruimte voor meer privaat initiatief, de zogenaamde Infitah (opening), hoewel dit vooral de kliek rond Sadat, de staatsbureaucratie, de hoge legerofficieren en een nieuwe groep superrijken ten goede kwam.

Dat is de geschiedenis. In zijn speech gisteren nam Mubarak van de gelegenheid gebruik om de politieke en economische "vooruitgang" sinds 1973 in de verf te zetten. Vreemd genoeg had hij het niet over de steeds toenemende klassenpolarisatie, de extreme armoede en de vernietiging van de economische capaciteit van de "publieke" sector door mismanagement, corruptie, en de uitverkoop van staatsbedrijven voor een appel en een ei aan bevriende kapitalistjes. Het enige wat verbeterd is, is de inhoud van de pocket van de Mubarak Corporation - misschien een toepasselijkere naam voor de staat dan de Arabic Republic of Egypt. Mubarak wees ook op het gevaar van het islamisme, voornamelijk de Moslimbroeders. Volgens Khalid al-Balshy - de hoofdredacteur van het door de overheid opgedoekte al-Badil die ik gisteren geïnterviewd heb - is Mubaraks aanval op de Moslimbroeders een indicatie van de komende stoelendans in het parlement. Hoewel het regime de Moslimbroeders naar het leven staat, vormden de Ikhwan lange tijd toch de beste "oppositiepartner" van de regering. De presidentsverkiezingen van 2011 in het achterhoofd, besloot Mubarak om nu een andere "oppositiepartner" de kans te geven om loyale kritiek te leveren: de Wafd. De Wafd is een rechtse, liberaal-conservatieve partij van grootgrondbezitters en handelaars. De economische belangen van de regeringspartij en de Wafd lopen vaak parallel. Bovendien zou de massale intrede van een seculiere oppositiepartij voor het buitenland de illusie verstevigen dat Egypte een pluralistische democratie is. Aan het begin van vorige week heeft Mubarak zelf "bijna" officieel laten weten dat hij kandidaat is voor de verkiezingen. "A journalist asked Mubarak if he had already prepared a goodbye speech for his people. Mubarak frowned and answered: 'Oh, where are the people going then?'" Egyptische zwarte humor. :)

Geen opmerkingen: